Sta jij er weleens bij stil wat jij nou eigenlijk tankt bij het bezinestation? Midden in de Rotterdamse haven staat Europa’s grootste bioraffinaderij. Alco Energy Rotterdam zet maïs om in de brandstof bio-ethanol in een productieproces dat geen afval oplevert. De CO₂ die vrijkomt gaat naar de kassen in het Westland en de overgebleven maïspulp is geschikt als veevoer. “We willen de meest duurzame bioraffinaderij van Europa worden. Misschien wel van de wereld. Rotterdam is hiervoor logistiek gezien de ideale plek voor ons.”

Ethanol is het resultaat van een vergistings- en distillatieproces van bepaalde gewassen. Bij Alco Energy – een doorstart van Abengoa – gebruiken ze hiervoor maïs van veevoederkwaliteit. De suikers in maïs worden omgezet in bijna pure alcohol. En die laat zich dan weer goed mengen met benzine. In Europese wetgeving is bepaald dat in 2020 minimaal tien procent van de brandstof voor de transportsector uit hernieuwbare energiebronnen moet komen om daarmee de broeikasgasuitstoot van het verkeer te verlagen. In het verlengde daarvan zijn Nederlandse tankstations sinds afgelopen oktober verplicht om zo’n tien procent bio-ethanol bij te mengen in de Euro95 benzine. “Wie Euro95 tankt bij de benzinepomp, ziet daar E10 bijstaan. Dat slaat op de tien procent toegevoegde bio-ethanol”, zegt Robine Koning, plant manager van Alco Energy Rotterdam. In vergelijking met benzine is de broeikasgasuitstoot van ethanol fors lager. In het geval van Alco bijna 95 procent.

Veeteelt

Elke duizend kilo maïs levert 330 kilo ethanol op. Nadat de suikers uit de maïs in alcohol zijn omgezet, blijft er ongeveer dezelfde hoeveelheid massa over. Dit DDGS (Distiller’s Dried Grain with Solubles) is gewild in de veevoederindustrie door het hoge proteïnegehalte. “Uit onderzoek blijkt dat DDGS de methaanproductie van veeteelt vermindert”, legt Koning uit. “Onze maïs komt uitsluitend uit Europese landen en heeft een GMP++ certificaat voor diervoederveiligheid. Dat betekent dat het gegarandeerd niet genetisch gemanipuleerd is. Het kan geïmporteerde sojameel gedeeltelijk vervangen in veevoer.”

Tuinbouwsector

De CO₂ die vrijkomt bij het fermenteren in het productieproces vervoert Alco Energy via een ondergrondse pijpleiding naar de Westlandse tuinbouwsector, zodat de kassen daar geen fossiele CO₂ hoeven op te wekken. “Deze zomer nemen we een tweede compressor in gebruik, zodat we nog meer CO₂ kunnen afvoeren naar de tuinders”, zegt Rob Vierhout, adviseur public affairs bij Alco Energy. “Dit past binnen onze ambitie om de meest duurzame, efficiënte en moderne bioraffinaderij van Europa te worden. Nu zijn we denk ik nummer twee en moeten we het nog net afleggen tegen een Zweeds bedrijf. We onderzoeken de mogelijkheden om de CO₂-uitstoot door de inzet van aardgas te verminderen en andere grondstoffen dan maïs, bijvoorbeeld restafval, te gebruiken.”

“We willen de meest duurzame bioraffinaderij van Europa worden. Misschien wel van de wereld. Rotterdam is hiervoor logistiek gezien de ideale plek voor ons.” – Robine Koning, Alco Energy Rotterdam.

Vervoersstromen

De Rotterdamse haven is logistiek gezien de ideale plek voor de bioraffinaderij. Maïs wordt gelost uit zeeschepen, die direct aan de kade van de fabriek kunnen aanleggen. Daar komt een goede verbinding met het binnenwater, spoor en wegtransport bij. “Jaarlijks leveren we 550 miljoen liter aan de benzinemarkt. Die ethanol vertrekt hier per trein of schip naar oliemaatschappijen, voornamelijk in Noordwest-Europa,” zegt Koning. “Die combinatie van alle vervoersstromen maakt ons enorm flexibel.”

Dit artikel verscheen eerder op de Port of Rotterdam website.

Havenbedrijf Rotterdam

Meer van/over deze partner
Mijn selectie