Hitte, droogte en dan weer gigantische hoosbuien. Je kunt er bang van worden. Maar je kunt het ook als kans zien. Dat doet Dirk van Peijpe, mede-oprichter van De Urbanisten. Met spraakmakende projecten als het Hofbogenpark en Getijdepark zet het bureau klimaatverandering in om Rotterdam mooier en leuker te maken.

Vraag Dirk van Peijpe hoe hij het toekomstige Rotterdam voor zich ziet, en hij antwoordt: als een sponsstad. Oftewel, een stad die wérkt als een spons. Waar overvloedig regenwater niet in het riool verdwijnt, maar opgezogen, vastgehouden, weer uitgeknepen en hergebruikt wordt. ‘Gewoon, door de bodem en planten’, zegt hij. ‘Er is niks hightech aan. In feite werkt iedereen die een paar tegels uit zijn stoep wipt of een geveltuin aanlegt, mee aan die sponsstad.’

Proeftuin

Samen met Florian Boer richtte Van Peijpe in 2009 De Urbanisten op. Een ontwerpbureau voor stedenbouw en landschapsarchitectuur, dat zich in 2013 in één klap op de kaart zette met het Waterplein: een plein waar het bij droog weer goed toeven, hangen, lunchen, skaten en spelen is en dat bij regen volloopt. Het ontwerp was even eenvoudig als revolutionair. ‘We lieten zien dat je waterberging niet per se ondergronds hoeft op te lossen. Dat je het ook bovengronds kunt doen, op een manier die de stad aantrekkelijker en leuker maakt.’ Dat laatste, steden aantrekkelijker maken én weerbaarder voor klimaatverandering tegelijkertijd, is de kern van wat De Urbanisten doen. In New Jersey, Mexico, Kopenhagen, Antwerpen en tal van plekken in Nederland. Maar toch vooral in Rotterdam.

‘Rotterdam is onze uitvalsbasis, onze proeftuin en ons living lab. Hier krijgen we de ruimte om de dingen die we bedenken, ter plekke uit te testen, te realiseren en door te ontwikkelen’, zegt Van Peijpe. ‘We zitten met ons bureau op één van de spannendste plekken van de stad., In onze voortuin kunnen we doen wat we willen. Die woorden kun je gerust letterlijk nemen. Want in de voortuin van het Keilepand in de Merwevierhavens, waar het bureau gevestigd is, legden De Urbanisten hun Sponstuin aan: een proeftuin waar wordt geëxperimenteerd met verschillende Rotterdamse bodems, plantsoorten en hun vermogen water vast te houden. Het leverde het bureauwaardevolle informatie op voor twee grote projecten waaraan het werkt in Rotterdam: het Hofbogenpark en het Getijdepark.

‘Rotterdam is onze uitvalsbasis, onze proeftuin en ons living lab. Hier krijgen we de ruimte om de dingen die we bedenken, terplekke uit te testen, te realiseren en door te ontwikkelen,’ zegt Van Peijpe. ‘We zitten met ons bureau op één van de spannendste plekken van de stad. In onze voortuin kunnen we doen wat we willen.’

Die woorden kun je gerust letterlijk nemen. Want in de voortuin van het Keilepand in de Merwevierhavens, waar het bureau gevestigd is, legden De Urbanisten hun Sponstuin aan: een proeftuin waar wordt geëxperimenteerd met verschillende Rotterdamse bodems, plantsoorten en hun vermogen water vast te houden. Het leverde het bureau waardevolle informatie op voor twee grote projecten waaraan het werkt in Rotterdam: het Hofbogenpark en het Getijdepark.

 

‘Het Hofbogenpark wordt een all inclusive resort voor mens en dier.’

Het Hofbogenpark, een fijne plek voor mens en dier

Het Hofbogenpark wordt Nederlands langste en smalste dakpark. Het wordt aangelegd bovenop het monumentale spoorviaduct De Hofbogen, waar al tien jaar geen trein meer overheen rijdt. Samen met DS landschapsarchitecten en de Dakdokters ontwierpen De Urbanisten een klimaatadaptief en natuurinclusief daklandschap, vol inheemse vegetatie, middenin de stad. ‘Dat je de kans krijgt middenin de stad een park in te richten van twee kilometer lang, is natuurlijk een unieke kans’, zegt van Peijpe. Hij schetst een plaatje van weelderig groen, van flanerende mensen en kinderen die kliederen en klooien met stroompjes water. ‘Anders dan bijvoorbeeld de Highline in New York, dat vooral een siertuin is, willen we hier een echt natuurinclusief park realiseren, waar ook dieren zich thuisvoelen. De vlinder, de egel, de pad en de vleermuis bijvoorbeeld. Hoe zorg je dat het voor hen een all inclusive resort wordt, waar ze genoeg voedsel en schuilplaatsen kunnen vinden? Daar zijn we nu volop mee bezig.’

En De Urbanisten zouden De Urbanisten niet zijn, als er niet ook over het water was nagedacht. Van Peijpe: ‘Voor het park hebben we een circulair watersysteem ontwikkeld.

Regenwater dat op het dak en in de omgeving valt, wordt gezuiverd door bodem en planten en diep onder de grond opgeslagen. Bij droogte kunnen we het terugpompen en gebruiken voor de bewatering van alle planten.’ Het Hofbogenpark werkt dus als een spons.

Er is niks high tech aan. De bodem en de planten doen het werk.

Groene oevers

Dat Rotterdam het voortouw neemt in klimaatadaptief ontwikkelen, vindt Van Peijpe niet meer dan logisch. ‘Een havenstad kan zich geen zelfgenoegzaamheid permitteren. Die moet zich blijven aanpassen aan een omgeving die continu verandert. Dat zit diep in het DNA van Rotterdam. Bovendien is de ligging van Rotterdam bijzonder: we zijn een deltastad. Als je in een badkuip woont, is het extra spannend als het heel hard regent. De stijgende zeespiegel heeft directe impact op onze veiligheid. Het is onontkoombaar dat je je daarop voorbereidt.’ Het is de reden dat Gemeente Rotterdam De Urbanisten, maar ook andere innovatieve buro’s, de ruimte geeft om te experimenteren.

Op dit moment ontwikkelen De Urbanisten het Getijdepark, wederom vlak voor hun deur, in de Keilehaven. Dit park is opgebouwd uit bordessen, diedeels onder water verdwijnen. Op sommige plekken komen deze twee keer per dag volledig onder water te staan, andere alleen bij springtij of helemaal niet. De beplanting van elk bordes is daarop aangepast.

‘Het park toont de dynamiek van de rivier en geeft zowel onder als boven water de ruimte aan heel veel leven’, zegt Van Peijpe. ‘Om daglicht op de bodem te krijgen, maken we de haven ondieper. Met als gevolg dat er meer onderwaterecologie zal ontstaan, waar vissen kunnen fourageren, wat weer allerlei vogels zal aantrekken, wat weer interessant is voor de vos… Het is toch fantastisch als je dat in de stad voor elkaar kan krijgen?’

Het Getijdepark is een work in progress: wat begint in de Keilehaven, willen De Urbanisten uitbreiden naar nog veel meer oevers, in en rondom Rotterdam. En verder. Want: ‘Alle steden met een zee en een rivier hebben dezelfde problematiek als wij. Wij gaan die problematiek te lijf op een manier die de stad ook nog eens mooier en aantrekkelijker maakt. Rotterdam is van oorsprong een delta. Een estuarium, met de dynamiek van nat en droog, hoog en laag, zoet en zout. Maar de haven en de stad hebben deze natuur verdreven. Wij brengen die getijdenatuur terug. Van over heel de wereld komen ze naar Rotterdam, om te kijken hoe wij dat hier doen.’

‘Veel jongeren op Zuid komen hun wijk niet uit. Dus moeten we de natuur naar ze toe brengen.’

Natuur maakt gelukkig

Van Peijpe benadrukt dat er veel winst te behalen is voor de steden, als verschillende vraagstukken met elkaar worden verbonden. ‘Klimaatverandering, de energietransitie, sociale duurzaamheid, inclusivieit, mobiliteit. We moeten die agenda’s niet als losse eilandjes zien, maar ze combineren’, zegt hij. Wat slim verbinden kan opleveren, heeft

het Waterplein bewezen. Dit werd voor 60% gefinancierd met geld dat bestemd was voor de uitbreiding van de riolering. ‘Geld dat onder de grond zou zijn verdwenen, hebben wij teruggegeven aan de Rotterdammer, in de vorm van een plein waar ze lol aan hebben.’

En dat laatste, het plezier van de stadsbewoner, is een niet te onderschatten drijfveer van De Urbanisten om de stad te willen vergroenen. ‘Onderzoek heeft uitgewezen dat de aanwezigheid van natuur mensen gelukkig en gezond maakt’, zegt Van Peijpe. ‘Daarom is het zorgelijk dat veel mensen in de stad nauwelijks in aanraking komen met echte natuur. Neem de jongeren op Zuid, waarvan de meesten een kleine actieradius hebben. Ze gaan niet naar de Biesbosch, maar blijven in hun stadsdeel. Daarom moeten we de natuur naar ze toe brengen.’

Hij wil maar zeggen: met een paar natuurinclusieve, klimaatadaptieve projecten zijn we er niet. ‘We moeten stadsbreed en integraal naar thema’s kijken. Dán bouwen we met elkaar aan een toekomstbestendige stad. Dat doen we al heel goed en er lukt al heel veel, maar het blijft: alle hens aan dek.’

Mijn selectie